Relevante wijzigingen Wet op de lijkbezorging per 1 januari 2010

Per 1 januari 2010 zijn de wijzigingen van de Wet op de lijkbezorging van kracht geworden. Deze wijzigingen bevatten een aantal wezenlijke veranderingen ten opzichte van de oude wet. De belangrijkste wijzigingen van de wet per 1 januari 2010 zullen in dit artikel kort worden benoemd en toegelicht.

Terminologie
Per 1 januari 2010 is de terminologie in de wet gewijzigd. De nieuwe wet spreekt over particuliere graven in plaats van eigen graven zoals in de oude wet. Daarnaast is de term algemeen graf geïntroduceerd. Deze term werd al veelvuldig gebruikt, maar kwam nog niet voor de in de wet. Daarnaast wordt in de nieuwe wet gesproken over ‘cremeren’ in plaats van ‘verbranden’. Ook de term cremeren werd in het dagelijks gebruik immers reeds veelvuldig gebruikt.

Begraven menselijke vruchten jonger dan 24 weken
Omdat er de laatste jaren steeds meer vraag is naar begraven van menselijke vruchten jonger dan 24 weken is de wet op dit punt uitgebreid. Deze menselijke vruchten zijn geen lijken als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging, maar kunnen wel begraven of gecremeerd worden. Hiervoor is een verklaring van de arts nodig. Omdat het geen lijk is in de zin van de wet op de lijkbezorging is een verlof tot begraven niet vereist.

Identificatie van de overledene
Alvorens in de lijkbezorging kan worden voorzien dient de overledene geïdentificeerd te worden. Onder de oude wet diende dit te gebeuren vlak voor de lijkbezorging. Aangezien dit in praktijk veelal niet gebeurde en ook niet erg piëteitsvol is, heeft de wetgever ervoor gekozen om de werkelijke identificatie eerder mogelijk te maken. De identificatie dient voortaan plaats te vinden op het moment dat het registratienummer op de kist (of ander omhulsel) wordt aangebracht. Bij de daadwerkelijke lijkbezorging hoeft dan alleen nog het nummer op de kist (of het omhulsel) te worden gecontroleerd met het nummer op het document.

Termijn lijkbezorging
De wettelijke termijn van begraven wordt verruimd van 5 dagen naar 6 werkdagen na overlijden. Hiermee wil de wetgever administratieve lasten voor de verlenging van de termijn van begraven of cremeren voorkomen. Dit is gunstig voor zowel de burgers als begrafenisondernemers.

Algemeen graf
Naast de introductie van de term ´algemeen graf´ is er ook een artikel in de wet opgenomen dat betrekking heeft op algemene graven. Bij een algemeen graf dient de houder van de begraafplaats voortaan een half jaar tot een jaar voordat de termijn verstrijkt een schriftelijke mededeling hiervan te doen aan het laatst bekende adres van de belanghebbende.

Termijnen particulier graf
Particuliere graven (voorheen eigen graven) kunnen voortaan worden uitgegeven voor een termijn van ten minste 10 jaar. In de oude wet was deze termijn verplicht 20 jaar. De wetgever heeft gekozen voor een verlaging van de termijn, omdat is gebleken dat daar in de praktijk behoefte aan is. Nabestaanden kunnen dan financieel gezien makkelijker kiezen voor een particulier graf. Nabestaanden die eerst om financiële redenen voor een algemeen graf zouden kiezen, kunnen nu wellicht toch kiezen voor een particulier graf dat wordt uitgegeven voor 10 jaar. Deze termijn van 10 jaar is tevens gelijk aan de wettelijke grafrusttermijn. De duur van de verlenging van grafrechten is verruimd. Waar eerst verlengd werd voor 10 jaar, kan nu gekozen worden welke verlengingstermijn wordt gehanteerd. De houder van de begraafplaats kan echter bepalen dat de verlenging tussen de 5 en de 20 jaar is.Daarnaast kan de rechthebbende op een particulier graf voortaan twee jaar voor afloop van de grafrechttermijn een verzoek tot verlenging doen. De beheerder van de begraafplaats zal uiterlijk tussen 2 en 1 jaar voordat het grafrecht verloopt de rechthebbende hiervan schriftelijk mededeling doen. Indien een rechthebbende niet reageert zal de beheerder mededeling doen van het verlopen van de termijn bij het graf totdat de grafrechttermijn is verstreken.

Onderhoud graf
Indien een graf wordt verwaarloosd moet de beheerder dat in een schriftelijke verklaring aan de rechthebbende melden en deze een jaar de tijd geven de verwaarlozing op te heffen. Indien de rechthebbende niet reageert op ontvangst van de verklaring moet deze verklaring 5 jaar bij het graf en de poort van de begraafplaats worden opgehangen. Indien na afloop van deze termijnen de verwaarlozing niet is opgeheven vervalt het grafrecht. Er moet dan wel 10 jaar zijn verstreken na uitgifte van het grafrecht (en in geval van bijzetting zal aan de wettelijke grafrusttermijn van 10 jaar moeten zijn voldaan). Voor bestaande grafrechten is een overgangsbepaling opgenomen. Zij behouden veelal een vervaltermijn van 30 jaar na de laatste begraving, zoals was geregeld in de oude wet.

Bekende adres
Op administratief gebied is er een belangrijke wijziging in de nieuwe wet gekomen. Waar de beheerder van de begraafplaats eerst de rechthebbende moest aanschrijven op het adres dat hem bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn, is door de wetgever nu gekozen voor het aanschrijving van de rechthebbende (of belanghebbende) wiens adres hem bekend is. Er rust geen zware onderzoeksplicht meer op de beheerder van de begraafplaats. De verantwoordelijkheid voor het juiste adres komt hierdoor bij de rechthebbende of belanghebbende te liggen. De beheerder van de begraafplaats hoeft dus niet meer actief te zoeken naar het juiste adres.

Eigendom grafbedekking
Na veel onduidelijkheid heeft de wetgever per 1 januari 2010 in de wet opgenomen dat grafbedekking eigendom blijft van de eigenaar (veelal rechthebbende of belanghebbende) tot het moment waarop het graf geruimd kan worden. Vanaf het moment waarop het graf geruimd kan worden, wordt de eigenaar van de grond (veelal de houder van de begraafplaats) eigenaar van de grafbedekking.

Rol VROM
In de oude Wet op de lijkbezorging was er in bepaalde situaties een rol voor VROM weggelegd (denk aan ruimen van graven of wijzigingen van de begraafplaats). In de gewijzigde wet is deze rol van VROM komen te vervallen.

Ruimen graf onbekende
Indien de houder van de begraafplaats een graf wenst te ruimen waarvan de overledene onbekend is, is de houder verplicht ten minste 2 dagen voor ruiming de burgemeester in kennis te stellen. De burgemeester kan voor identificatie van een onbekende door of onder verantwoordelijkheid van een arts lichaamsmateriaal af (laten) nemen of een gebitsstatus op (laten) maken. Indien de burgemeester hier gebruik van maakt zal de ruiming worden opgeschort.

Asbus
De nabestaande door of namens wie de opdracht tot crematie is gegeven mag beslissen wat er met de asbus gebeurt. Dit is nadrukkelijk door de wetgever bepaald aangezien er in het verleden veel problemen zijn geweest omtrent de asbestemming. Daarnaast is de bewaartermijn van de asbus aangepast. De as uit een asbus kan voortaan na 10 jaar worden verstrooid in plaats van 20 jaar.

Tot slot
Bovenstaand zijn de belangrijkste wijzigingen van de Wet op de lijkbezorging in hoofdlijnen beschreven. Aangezien een aantal nieuwe en gewijzigde bepalingen van de Wet op de lijkbezorging keuzevrijheid laat zal de uitwerking van deze bepalingen voor elke houder van een begraafplaats verschillend uit kunnen werken.

Indien u vragen heeft over de uitwerking in een specifieke situatie kunt u contact met ons opnemen. Ook is het mogelijk uw verordening door ons aan te laten passen aan de gewijzigde Wet op de lijkbezorging. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met

mr. Loes Gloudemans
Doorkiesnummer: 0411 65 00 72
E-mail: Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.